Een heerlijke warme wintertaart voor een koude winterdag (of gezellige lentemiddag ;-)).

Voor het deeg
- 300 gram volkoren speltmeel
- 200 gram ongezouten roomboter (op kamertemperatuur)
- 100 gram oerzoet, of witte basterdsuiker
- 3 eieren (de helft is voor het deeg, de andere helft voor het bestrijken)
- Zakje vanillesuiker
- snuf zout
- theelepel kaneel
Voor de vulling
- 1 kilo geschilde zure appels (Goudreinet of Elstar)
- 50 gram oerzoet of witte basterdsuiker
- Eetlepel kaneel
- 100 gram gewelde rozijnen (goed afdeppen)
Bereiding
- Meng het meel, de zachte boter, suiker, 1,5 ei, vanillesuiker, een snufje zout en een theelepel kaneel tot een stevig deeg en verdeel in 3 delen.
- Snij de appels in plakjes en meng ze met de suiker, kaneel en rozijnen
- Vet de springvorm in en bestuif met wat bloem.
- Gebruik één deel van het deeg om de bodem van de vorm mee te bedekken. Een tweede deel deeg gebruik je voor de randen.
- Vul de taartvorm met de appelvulling.
- Rol het laatste deel deeg uit tot een dunne lap en snij stroken van ongeveer 1 cm breed.
- Leg de stroken kruislings op de appeltaart. Met wat extra deegstroken werk je de rand rondom af. Gebruik de rest van de eieren om de stroken in te smeren.
- Zet de taart iets onder het midden van de oven. Bak in 60 minuten op 180 °C gaar.
- Laat de taart afkoelen in de vorm voordat je de ring verwijdert.
Eén stuk taart bevat ongeveer: 530 kcal | 23 gram vet, waarvan 14 gram verzadigd vet | 9 gram eiwit | 72 gram Koolhydraten | 7 gram vezels